Lars Gustafsson

Doelloos dwalen in een snel donkerend en veranderend landschap

Het gras in de maand december is breekbaar als glas
en valt gedwee onder je voeten uiteen.

Leven in december is ondraaglijk laat;
duisternis, ingestorte schuren, roestend gereedschap,

door mos aangevreten vruchtbomen, heel dit geduldig verval
dat wij zo vanzelfsprekend met het platteland verbinden

en dat een plotselinge pijn in het middenrif veroorzaakt
op het moment dat je beseft dat wat je ziet

niet alleen een beeld van de toekomst is, van het leven der ongeborenen,
maar ook van het verleden en de doden.

Steeds smaller wordt de marge die hen gescheiden houdt.
Steeds simpeler het inzicht dat wij zinledig zijn.

De grote witte winterhazen vluchten over de velden.
Steeds sneller raakt het beeld van de mens uitgewist.

Het is tijd om naar huis te gaan.

Maar wij zijn al thuis.